top of page

Mijn eerste jaar Warmonderhof in lessen 📚🌱

  • Foto van schrijver: moestuinnaturaleza
    moestuinnaturaleza
  • 4 dagen geleden
  • 15 minuten om te lezen

Lieve lezer, 


In augustus 2025 begon ik aan mijn opleiding ‘vakbekwaam medewerker teelt’ aan de Warmonderhof in Dronten. In het afgelopen jaar kwam er vanalles langs. Iedere dinsdag kreeg ik een stortvloed aan informatie over me heen, afkomstig van kundige docenten en een hele hoop verschillende inspirerende boeren en tuinders. We gingen ook langs op veehouderijen, akker- en tuinbouwbedrijven en zorgtuinen/-boerderijen. En heel af en toe hadden we ondanks dat de praktijkervaring vooral van onze stages moest komen een dag(deel) praktijkles. Zo gingen we slalommen op de trekker, leerden we leidingen koppelen, oefenden we met éénassers en handzaaimachines en gingen we fruitboompjes enten. Ondertussen liepen we gemiddeld twee dagen per week stage op een zelf uitgekozen stagebedrijf. Kortom, ik heb heel wat gezien in de voorbije tien maanden. 


Als je meer te weten komt over de levensloop van planten en dieren, verdienmodellen, wetgeving en noem het allemaal maar op, gebeuren er meerdere dingen. Ten eerste ga je je steeds meer afvragen. Waar de ene vraag wordt beantwoord, ontstaan er drie andere. Soms heel praktische vragen, soms ook echt levensvragen. Hoe meer ik bijvoorbeeld over de (intensieve) veeteelt in Nederland leerde, hoe meer ik me ging afvragen waarom ik nog geen veganist ben. Ten tweede vorm je een steeds beter beeld van wat je (absoluut niet) zelf wilt. In onze klas noemden we dat ook wel de trechter. Iedereen heeft een eigen trechter en die raakt iedere les- of stagedag voller. Maar (gelukkig) konden we hem ook af en toe wat leger maken door er bedrijfsonderdelen uit te gooien die we niet zagen zitten in onze eigen landbouwtoekomst. 


Daarnaast ben ik niet alleen gaan nadenken over wat voor bedrijf ik zou willen beginnen, maar ook over wat ik zou willen betekenen voor andere mensen en de wereld. Het draait immers niet alleen om je eigen droom, erf en/of tuin. Het draait ook om de wereld eromheen. Hoe zorg je ervoor dat je een financieel gezond bedrijf opbouwt dat vasthoudt aan duurzame idealen zonder mensen te kort te doen in inkomsten en dergelijke? Hoe ga je om met vrijwilligers en stagiaires? Hoe richt je je bedrijf zo in dat je jezelf en eventueel personeel niet over de kop werkt, maar toch alles gedaan krijgt? Mijn droom van dat boerderijtje waar ik over schrijf in mijn ‘over mij’ pagina, gaat niet meer alleen om de teelt en de dieren. Het gaat ook om ondernemerschap. En dat is een onderwerp waar nog veel te halen valt voor mij. En dat wordt waarschijnlijk een echt staaltje ‘vallen, opstaan en weer doorgaan’. En dan vooral ná de opleiding. 


Toen ik bedacht dat het wel leuk zou zijn om jou als lezer eens mee te nemen in dit nieuwe landbouwavontuur, had ik niet zo’n zin om een hele samenvatting van het jaar te schrijven. Dat is ook eigenlijk niet te doen, want het gaat vaak juist om de kleine details. En die kan ik niet allemaal in een blog met je delen. Dus heb ik besloten om de vijftien belangrijkste lessen die ik in het afgelopen jaar op de opleiding leerde voor je op te schrijven. Sommige liggen voor de hand, andere minder. Ze gaan deels over het echte boerenvak en deels over ondernemerschap. Ik hoop dat je het leuk vindt en er wellicht ook nog iets van opsteekt. Veel leesplezier! 


Les 1: ‘Ga NOOIT, maar dan ook NOOIT, gewoon echt NIET alleen met een stier de stal in!’

Dat waren de allereerste woorden die onze veehouderijdocent naar ons uitsprak. Nog vóór zijn naam, wat de les inhield en waar we het verder nog over zouden gaan hebben gedurende het jaar. Het was niet voor het eerst dat hij dat trucje toepaste, dat was duidelijk. Maar het werkte wel. We zullen het nooit meer vergeten. En nu weet jij het ook: ga nooit, maar dan ook nooit, gewoon echt niet alleen met een stier de stal in. Of de wei. Ik hoop dat dat geen nieuws is voor je, dat was het voor mij ook niet die eerste veehouderijles. Maar belangrijk is en blijft het wel. Het gaat nog veel te vaak mis. 


Les 2 : Na je diploma begint het echte leren pas

Aan het begin van mijn opleiding was ik vastbesloten om alles uit die twee (!) jaar te halen wat erin zat. Zoveel mogelijk boerderijen bezoeken, zoveel mogelijk boeren spreken en zoveel mogelijk leren tijdens stages. Want ja, nú kun je de Warmonderhof als vrijbrief gebruiken om op bepaalde plekken binnen te komen. En ik probeer ook echt wel zoveel mogelijk te ontdekken, hoor. Maar soms wordt het gewoon even te veel. Een tijdje geleden had ik het daarover met een tuinder bij wie ik vrijwilligerswerk deed en die zei ook: ‘Je moet meteen stoppen met geloven dat je alles gaat leren in deze twee jaar. De echte lessen en het ervaring opdoen komen namelijk daarna pas’. En zij kon het weten, ze had dat proces immers zelf al helemaal doorgemaakt. Dus probeer ik veel uit deze twee jaar te halen (die overigens mega snel gaan, help), maar probeer ik er ook oké mee te zijn als het af en toe even niet lukt. De leerweg is langer dan de weg naar het diploma. ‘t Is net een rijbewijs.


Les 3: Ondernemerschap is in het diepe springen

Tijdens gastlessen stadslandbouw leerden we veel over ondernemerschap. Althans, we hoorden er mooie (en soms minder mooie, haha) verhalen over. Echt leren ondernemen zal in de praktijk moeten gebeuren, vrees ik. Maar een paar dingen kwamen iedere keer weer terug. Je moet in het diepe durven springen én je moet heel graag willen. Sommige dingen lijken onmogelijk, maar als je blijft zoeken, connecties blijft leggen en lekker blijft aanpappen bij de gemeente dan kun je uiteindelijk toch een heel eind komen. En anders heb je altijd het buitenland nog (klinkt ook romantischer dan het is, hoor). Toch vind ik het altijd maar spannend. Want iedereen begint zijn verhaal op het punt waar ik nu sta: graag willen, maar  nog niet goed weten hoe. En iedereen eindigt zijn verhaal op de mooie plek waar alle dromen en al het doorzetten toe leidden. Maar daar ben ik nog niet. Vertrouwen op een goede afloop, dat is volgens mij waar het allemaal om gaat. En ook accepteren dat de weg daarnaartoe vol fouten zit en dat je waarschijnlijk nooit alles krijgt wat je hartje begeert. Maar dat is misschien maar beter. Je moet tenslotte altijd iets te wensen overhouden… 


Les 4: Iedere situatie is anders

In alle lessen, tijdens alle bezoeken en op ieder stagebedrijf gaat het anders. Iedere boer of tuinder heeft zijn eigen waarheid. Methodes die voor hem of op zijn bedrijf goed werken. Het is heel inspirerend om al die manieren en visies te leren kennen. Je weet immers nooit wat voor jou van pas gaat komen in de toekomst. Maar ik kwam er ook al gauw achter dat je de dingen die anderen zien als de waarheid, niet altijd hoeft aan te nemen zijnde de waarheid. Je kunt ervan leren, maar je mag het zelf ook anders doen. Want ieder mens is anders, dus iedere tuinder ook. En iedere tuin is anders, dus mag de aanpak ook verschillen. In andere woorden (die van mijn groenteteeltdocent): ‘Ieder bedrijf heeft zijn eigen rotgrasje’. Daaruit concludeer ik dan maar dat ook ieder bedrijf zijn eigen bestrijding heeft (wel biologisch, hè ;)). Als je basis maar goed is.


Les 5: Duurzaamheid gaat verder dan biologisch plantgoed

Dit is iets waar ik zelf vooral erg over na ben gaan denken. De biologische/biodynamische sector zegt altijd heel duurzaam bezig te zijn. Kunstmest en pesticiden worden niet gebruikt en er wordt onder andere vooral biologisch voer / zaad en plantgoed gebruikt. Bovendien gaat men vriendelijker om met dieren, zijn de bedrijven vaak kleinschaliger en in het beste geval zorgen ze ook nog eens voor lokale voedselproductie. Die reductie van voedselkilometers is echter lang niet zo vaak waar als we zouden willen. Biologische winkels en markten halen evengoed producten uit andere delen van Europa en soms zelfs van buiten Europa. Het is dus gezond eten, maar het is niet per se minder vervuilend. De vliegtuigen vliegen nog steeds. De vrachtwagens rijden nog steeds. Er wordt nog steeds bijzonder veel diesel doorgejaagd op het land. En dat is iets wat mij flink bezighoudt. Ik vind het, net als veel andere boeren, ook leuk om op de trekker te zitten. Maar de uitstoot die dat met zich meebrengt, vind ik minder grappig. Laat staan hoeveel kerosine er komt kijken bij het transport van al die groente- en fruitsoorten die we hier niet of minder (kunnen) telen, maar toch graag willen hebben. Of om zelf te kopen en op te eten, of om onze klanten zoveel mogelijk keus te geven. Ik neig er dus steeds meer naar om mijn toekomstige bedrijf heel kleinschalig te houden. Dan is het werk handmatig te doen (of met paardentractie). En als je dan toch eens wilt frezen of klepelmaaien, kun je nog kiezen voor een éénasser. Die verbruikt ook diesel, maar een stuk minder dan een dikke Fendt. Hoe leuk die ook is… 


Les 6: Vormen doen meer dan je denkt

Toen er voor het eerst ‘bedrijfsinrichting’ op mijn rooster stond, had ik geen idee wat ik moest verwachten. Ik dacht meteen aan bedrijfseconomie, maar daar heeft het dus niets mee te maken. Je zoomt in op de stromen van, naar en binnen je bedrijf. Je benoemt de betekenis ervan (bijvoorbeeld arbeid, zingeving, veevoer, verkoopproducten, water, zonlicht etc.). Geld komt echter niet voor in dit schema. Dat is slechts een smeermiddel, de vervanging van waarde. En het gaat onder andere letterlijk om de inrichting van je bedrijf, van je erf. Welke vormen gebruik je? Welke plek geef je welke functie en waarom? Wat is het hart van je bedrijf? Er ging een wereld voor me open. Vooral toen een spel met een touw de theorie tastbaar maakte. We maakten vormen met een touw en zetten één persoon midden in de vorm. Hoe voelt het om in een vierkant te staan? Of in een driehoek? En wat doet een cirkel met je? Eindstand: in een lange gang (langgerekte rechthoek) wil je in beweging blijven. Dat is waarom koeien door een lange gang naar de melkput worden gebracht. Het is gewoon makkelijk voor de boer: de koeien denken er niet over om stil te gaan staan. En in een cirkel voel je je onrustig, want je hebt geen hoekje om je terug te trekken. Deze bevindingen verklaren waarom antroposofische gebouwen ‘abge-eckt zijn’. Er zijn meer hoeken. Dat geeft rust.


Les 7: Ik wil helemaal niet emigreren

Deze les lijkt misschien een beetje een vreemde eend in de bijt, maar het is wel degelijk een belangrijke les. Hoeveel mensen ik niet hoor praten over landbouwtoekomsten in Frankrijk, Spanje en Portugal. Of juist Denemarken of Zweden (als je liever de kou opzoekt, zoals ik ;)). In ieder geval vooral niet in Nederland. En begrijp me niet verkeerd, ik snap dat. Want de grondprijzen in Nederland zijn absurd hoog. Als je een kaart van Europa bekijkt is alles groen of geel, maar Nederland, België en een deel van Duitsland zijn oranje of zelfs knalrood. Waar je midden in Frankrijk of in Noord-Zweden een hectare land koopt voor 2500 euro, leg je daarvoor hier al (veel) meer dan 50.000 euro neer. Dus als je grote dromen hebt, zien die er in het buitenland natuurlijk veel haalbaarder uit. Nu vraag je je misschien af waarom ik dan toch zo graag hier wil blijven. En dat brengt me bij de reden waarom ik deze opleiding ben gaan doen. Waarom ik dit vak zo graag wil beoefenen. Ik zie zoveel misgaan op het gebied van duurzaamheid, biodiversiteit en landbouw. Wereldwijd natuurlijk, maar hier, in ons eigen kleine kikkerlandje, zie ik het van dichtbij. En ik voel dat het anders kan. En mijn geboortegrond heeft er vrij weinig aan als ik in Frankrijk iets goeds ga zitten doen. Als ik het dan doe, dan moet het hier, zodat het een positief verschil maakt op de plek waar ik het probleem ontdekte, daar waar het me raakte. En ik weet dat dat geen makkelijke weg gaat zijn, maar ik wil er graag voor vechten. Dat vindt mijn moeder vast ook leuk. Anders moet ze ieder jaar naar Frankrijk vliegen. Dat schiet ook weer niets op natuurlijk.


Les 8: Certificeren doe je niet alleen voor jezelf

In Nederland worden er verschillende keurmerken gedragen door bedrijven die biologisch voedsel produceren. Je hebt het EKO keurmerk, het Skal keurmerk en het Demeter keurmerk. Er zijn ook bedrijven die ervoor kiezen zich niet te laten certificeren. Bijvoorbeeld omdat ze net niet kunnen voldoen aan de strenge regels, het te veel geld kost of te veel papierwerk oplevert. Persoonlijk zou ik er altijd voor kiezen om mijn bedrijf te laten certificeren. In ieder geval Skal en/of EKO. Hiervoor heb ik meerdere redenen. Ten eerste vind ik het belangrijk om mijn visie uit te dragen op een voor mijn klanten controleerbare manier. Ik geef hen door een keurmerk te dragen de zekerheid dat ik volgens de biologische richtlijnen werk. Ik vind vertrouwen heel belangrijk, maar soms is bewijs ook op zijn plaats. Daarnaast vind ik het belangrijk om de biologische stroming te stimuleren en eraan bij te dragen. Met een keurmerk wordt de stroming zichtbaarder en wordt het ook makkelijker om de grootte van de stroming waar te nemen. Dit kan twijfelaars over het randje duwen en/of de keurmerken bekender en toegankelijker maken voor een groter publiek. En iets waar ik nog niet zo vaak over na had gedacht: het dragen van een keurmerk gaat oneerlijke concurrentie tegen. Bedrijven die tegen hun klanten zeggen dat ze biologisch werken, maar geen keurmerk dragen, vragen namelijk evenveel geld voor hun producten als bedrijven die dit keurmerk wel dragen. En die zijn veel geld, tijd en moeite kwijt aan het behouden van hun keurmerk. Kortom, certificeren doe je niet alleen voor jezelf.


Les 9: De gangbare boer is niet dom, hij doet het anders 

Als fervent voorstander van de biologische stroming, heb je al gauw de neiging om gangbare boeren te veroordelen. Hoewel ik daar altijd al wat voorzichtig mee was, heb ik in het afgelopen jaar ook veel geleerd over hoe de landbouw in zijn algemeenheid in elkaar zit. En dat is nogal complex. De boer is afhankelijk van enorm veel externe factoren om zijn werk te kunnen doen: wetgeving, marktwerking, leningen bij banken etc. Bovendien doen die boeren hun werk al een hele tijd in een zeer onzekere situatie. Ieder jaar kan het beleid weer veranderen. In veel gevallen is de manier waarop zij nu boeren de enige manier waarop ze hun hoofd boven water kunnen houden. Willen we daar iets aan veranderen, dan moeten we dat samen doen. De boer kan het niet alleen. Hij heeft hulp van politiek en maatschappij nodig. De politiek moet bereid zijn om de boer financieel te helpen en eventueel wetgeving aan te passen. En de burger moet bereid zijn om meer te betalen voor zijn voedsel en lokaler te kopen (ja, dat betekent dat je soms naar vier verschillende winkeltjes moet in plaats van één grote supermarkt, maar dat is wel extra leuk, hoor :)). Maar goed, gangbare boeren zijn dus allesbehalve dom. Ze moeten nu eenmaal roeien met de riemen die ze hebben. Ook wij als biologische boeren kunnen leren van de gangbare boeren. Het enige waarin gangbare en biologische landbouw van elkaar verschillen is de chemie. Bioboeren spuiten niet en gebruiken geen kunstmest en genetisch gemodificeerd / gemanipuleerd zaad en plantgoed, in tegenstelling tot gangbare boeren. Maar de bodembewerking is precies hetzelfde (wel per bedrijf verschillend uiteraard). En de wil om een mooie toekomst voor de volgende generatie op te bouwen ook. 


Les 10: Observatie is minstens net zo belangrijk als hard werken

Tijdens een gastles vielen de legendarische woorden ‘waarnemen is 51% van je werk’. Sommige mensen reageerden daar hoofdschuddend op. Dat kan helemaal niet! Maar voor mij zat er gelijk een kern van waarheid in. Of je daadwerkelijk de helft van je werktijd aan het waarnemen bent, is nog maar de vraag als je een landbouwbedrijf moet runnen, maar laat het duidelijk zijn dat je veel om je heen moet kijken. Want als je echt gaat kijken, zie je pas welke grotere verbanden er in de natuur te leggen zijn. Wie en wat elkaar helpt. Of juist niet. Sommige problemen kun je simpelweg oplossen door eens even goed te kijken. Het inspireert. Zoals mijn quote op de ‘over mij’ pagina zegt: dit uitstekend werkende systeem was er eerder dan jij, ik en wij allemaal. Dus laten we eens wat vaker de tijd nemen om ervan te leren, in plaats van meteen in te willen grijpen op een manier die ons logisch lijkt. Ook tijdens het opstarten van je eigen bedrijf en het vinden van je eigen manieren binnen dat bedrijf is dat van grote waarde. Zo zei een boer laatst: 'Je moet op je bek gaan, alles fout doen, als je maar iedere dag kijkt, kijkt wat er gebeurt’. Dan kun je leren van je fouten.


Les 11: Je kunt maar één keer je land verprutsen

Deze les is in heel veel verschillende zinsopbouwen voorbij gekomen het afgelopen jaar. Het is een waarschuwing om altijd goed na te denken over welk soort bodembewerking je wanneer uitvoert. Wat als je één keer je land dichtrijdt (en dat kan in tien minuten gebeurd zijn), vooral op kleigrond, heb je een levensgroot probleem. De structuur van de bodem verwerkt zo’n grote beschadiging niet of tergend langzaam. Dus je kunt maar beter wat extra geduld hebben dan een risicootje nemen. Het kan je je bedrijf kosten. De bodem is immers de basis van alles. Daaruit komt het leven. En als je bodem niet vitaal is, ontstaat er ook geen (vitaal) leven. Daarom volgen wij urenlang het vak bodemvruchtbaarheid. Hoe verbeter je je bodem? Wat voor grondsoorten zijn er en wat kenmerkt hen? We hebben het over soorten mest en compost, over het grondwater en over het bodemleven. En in die lessen, maar eigenlijk in bijna iedere les op de Warmonderhof, komt grondbewerking aan bod. Gewoon omdat het zo’n essentieel onderdeel is van je bedrijfsvoering én het wel of niet slagen van je oogst. Dit jaar en in alle jaren die komen.


Les 12: Balanceren op de grens hoort bij het vak

Tja… dit is nou zo’n les die niet helemaal in mijn straatje past. Ik hecht veel waarde aan gerechtigheid en houd me graag aan gestelde regels. Maar bij ondernemerschap hoort ook dat je af en toe een grens opzoekt. Je moet eigenwijs zijn en een beetje door kunnen duwen. Af en toe moet je even voor harde zakenman spelen of een risico nemen, je in ‘grijs gebied’ bevinden. En hoe weinig zin ik daar ook in heb, er is een grote kans dat ik er wel mee te maken zal krijgen in mijn carrière als tuinder. Want sommige mazen in de wet zijn essentieel om je bedrijf levend te houden. Alleen moet je ze wel kennen en precies weten hoe ver je kunt gaan voordat het problemen oplevert. Je wilt (lees ‘ik wil’) namelijk niet dat er een moment komt waarop je moet zeggen: ‘Ik ben aan het spelen op de grens en ik denk dat ik er nu wel overheen ben gegaan’, zoals een gastdocent dat een keer verwoordde. Ik hoop dat het nog steeds goed met hem gaat, haha. 


Les 13: Je kunt het nooit voor alles en iedereen goed doen

De ene keer is het je buurman die begint te zeuren. Jouw machines verpesten zijn uitzicht nu wel heel erg. De volgende keer is het de Skalcontroleur die je ervan overtuigt dat je deze keer toch echt een aantal essentiële dingen over het hoofd hebt gezien. En dan is het de bank die vindt dat je het een en ander aan je bedrijfsvoering moet gaan aanpassen om die lening waar je om gevraagd had nog te krijgen. Of een van je vaste klanten die vindt dat je meer van een bepaalde groente moet gaan telen. Of hij vindt gewoon je papieren zakjes niet mooi. Misschien vraag je je af welk punt ik probeer te maken. Nou, dat zal ik je vertellen: je kunt het nooit voor iedereen goed doen. Dus is het uiterst belangrijk dat je trouw aan jezelf blijft. Dat je je eigen hart volgt. Zodat jouw bedrijf in ieder geval nog voor geluk in je eigen leven blijft zorgen. Ook al zijn er ontzettend veel mensen die blij zijn met je goede initiatief, er blijven ook altijd een aantal die altijd iets te mekkeren hebben. En het gekke aan ons mensen is dat juist die negatieve commentaren in ons hoofd blijven zitten. Voorkom dat (is moeilijk, weet ik wel). Je kunt het trouwens ook nooit voor alles goed doen. Want hoe natuur- en milieuvriendelijk je ook wilt boeren, landbouw bedrijven is het in cultuur brengen van een landschap. Hoe weinig je ook vraagt, je vraagt altijd iets. En dat kost ook altijd iets. So be it.


Les 14: Depressief worden is niet zo moeilijk (kijk vooral niet op je bankrekening)

Veel biologische boeren en tuinders zijn met hun werk begonnen omdat ze iets willen bijdragen aan een betere wereld. Dat klinkt heel positief. Maar wat als ik je vertel dat depressief worden helemaal niet zo moeilijk is? Ook en vooral niet in deze sector? In dit vak heb je met veel onzekerheid te maken. Je oogst verschilt per jaar en je inkomsten daarmee ook. Bovendien kunnen er tijdens de aanloop naar de oogst al talloze dingen misgaan. Machines kunnen het begeven, ziekten en plagen kunnen het groeiproces van je planten verstoren en misschien wordt je zelf wel ziek. Wie neemt dan het werk over? In veel perioden telt immers elke dag. Sommige dingen kúnnen niet wachten. Wat je vooral niet moet doen, is op je bankrekening kijken. Want je krijgt toch nooit de hoofdprijs voor al je gewerkte uren. Sterker nog, die uren kun je beter niet tellen. Als het genoeg is om van te leven, dan kun je tevreden zijn. Boeren is geen baan, het is een leefstijl, zeggen we daarom regelmatig. Oh, en wat je trouwens ook nooit moet doen als je de stemming positief wil houden, is als eerste stap van je teeltplan de boel door het aaltjesschema halen. Dan kun je namelijk wel gelijk stoppen. Maar dat is een opmerking die alleen tuinders begrijpen… 


Les 15: Geld is niet het enige wat je rijk maakt

Deze zin hebben mijn klasgenoten en ik vaak naar elkaar uitgesproken. Je moet geen boer worden om rijk te worden. Althans, je moet geen boer worden om veel geld te verdienen. Het is namelijk maar wat je onder ‘rijk’ verstaat. Het blijft bijzonder om hele kleine plantjes uit te zien groeien tot grote planten die je een rijke oogst opleveren. Als ik getuige mag zijn van dat hele proces en de natuur af en toe een handje mag helpen, maak je mij al een blij mens. Natuurlijk heb ik ook een beetje geld nodig om te kunnen overleven en natuurlijk kost een landbouwbedrijf ook enorm veel geld. Maar het is zo bevrijdend als geld niet je drijfveer is. Hetgeen wat ik beschouw als rijkdom is het buitenleven, het echt meemaken van de seizoenen en continu bezig zijn met de essentie, het begin van al het leven. Ik waardeer wat de aarde ons geeft. Want oh, wat is dat veel. Wat een rijkdom. De wereld een beetje mooier maken op mijn eigen postzegeltje, dat is waar ik gelukkig van word. Daar kan geen cent tegenop.


Ik hoop enorm dat er een dag komt waarop ik al mijn lessen (ook de details) in praktijk kan brengen. En het zou super zijn als ik jou dan ook van dichtbij kan laten zien wat ik al die tijd heb uitgevogeld. Daar ga ik voor. Voor nu ontzettend bedankt voor het lezen. Het is fijn om weer even aan het schrijven te zijn :)


Liefs,

Rachel


PS: Ik heb mijn ‘over mij’ pagina ook weer eens geüpdatet. Dus klik hier als je benieuwd bent naar wat me allemaal zoal bezig houdt los van bovenstaand verhaal.


Het laatste nieuws van Moestuin Naturaleza🌱 in je mailbox ontvangen? Abonneer je via de homepagina op mijn website! 


Volg mij / Moestuin Naturaleza🌱 ook op Mastodon!



Opmerkingen


©2021 - 2025 Moestuin Naturaleza🌱

bottom of page